Australia: Kwaliteit is de succesfactor
Kwaliteit is de succesfactor
Australia: Kwaliteit is de succesfactor bij re-integratie
Op naar de 5-sterren status!
Nederland en Australië presteren het beste van de wereld op het gebied van het terugdringen van de werkloosheid. Zowel in Nederland als in Australië is re-integratie, het (weer) toeleiden van mensen naar werk, het werkterrein van private bedrijven en publieke aanbieders. Beide landen hebben het terugdringen van de uitkeringsbestanden grotendeels te danken aan Work First. Alleen in Australië is het Work First puur toegesneden op de gemeenschapstaken (‘Work for the Dole’), terwijl in Nederland de moderne Work First-varianten naast de oude orthodoxe trajectmethodieken bestaan. Australië is statistisch beter op orde en daar heerst ook een sterkere mate van kwaliteitsdenken en klantgerichtheid. Nederland moet statistisch nog slagen pakken. Het benchmarken is weliswaar gemeengoed, maar vooral intern gericht, op de back office, en niet op het gebied van re-integratie en doelmatigheid. Dit gat betreft zowel het functioneren van de sociale diensten (afdelingen Werk) als bij het gros van de re-integratiebedrijven. De Work First benchmark is een goedbedoelde poging maar voldoet nog niet. De brei van Work First varianten maakt het er niet makkelijker op. Daar Australië maar 1 Work First -variant heeft en dit centralistisch vanuit de overheid is opgelegd heeft als nadeel dat er weinig innovatie is, maar geeft als voordeel dat die benchmark stukken overzichtelijker is en daardoor makkelijker in te voeren en te regisseren. De criteria staan immers vast.

In Amerika is de bedrijfsvoering en ICT, ook in de re-integratie, puur op de dollars afgestemd. Alle statistieken zijn gericht op het scoren van goede resultaten. Want met goede resultaten verdien je geld. Sterker nog: Statistieken bijhouden van slechte methodieken en of resultaten is totaal niet interessant, want daar kun je je niet mee profileren (in de media) en daar verdien je ook geen geld mee. Kortzichtig en opportunistisch zou je zeggen. Edoch, de link naar de WWB-systematiek is snel gemaakt. Slecht presterende gemeenten voelen dat flink in de portemonnee. Eigenlijk zouden dus alle gemeenten hun bedrijfsvoering en ICT totaal op de re-integratie moeten afstemmen. Natuurlijk moeten gemeenten dan bij het plaatsen van mensen vanuit de uitkeringssituatie naar de reguliere arbeidsmarkt eerst en vooral streven naar doelmatigheid, structurele aard en duurzaamheid! Middels maandelijkse rapportages weten de sociale diensten vaak nog wel te vertellen hoeveel uitkeringen men heeft en of men uitkomt met het inkomensdeel en of het Werkdeel volledig wordt benut. Maar de bedrijfsvoering en ICT moet kwalitatief op een ‘5-sterren niveau’ komen. Bij het boeken van je vakantie weet je dat een 5-sterren hotel staat voor kwaliteit. Dat moet en kan ook worden toegepast op de re-integratieinstrumenten.

In Australië vindt de bepaling van de beste re-integratiebureaus plaats aan de hand van zogenaamde ‘star rates’: een systematiek waarbij de prestaties op de drie diensten (bemiddeling, sollicitatietraining/begeleiding en intensieve begeleiding) van de re-integratiebedrijven worden gebenchmarkt. De kwaliteit van de uitvoering van het contract komt indirect tot uitdrukking in de 'star rating'. Re-integratiebedrijven die kwalitatief onder de maat presteren zien dat terug in hun sterren. De beste reïntegratiebedrijven krijgen vijf sterren, de slechtste één. Per onderdeel wordt precies omschreven wat gemeten wordt en deze worden wekelijks op internet gepubliceerd zodat reïntegratiebedrijven hierop kunnen sturen in hun bedrijfsvoering en kunnen bijhouden in hoeverre ze beter of minder presteren dan de naaste concurrenten. Voorts kunnen klanten ze ook raadplegen om hun keuze voor een re-integratiebedrijf te bepalen. Door het systeem van star rating is het mogelijk om na te gaan welk re-integratiebureau haar werk goed doet en welke niet, maar ook welke instrumenten wel en niet werken.De sterren worden periodiek eens in de 6 maanden toegekend. Behoeft geen verdere uitleg dat structureel slechte presterende re-integratiebedrijven steeds moeilijker contracten kunnen behouden en verwerven. Anderzijds kan ook de kritiek worden geuit dat Australië naast het in beeld brengen van de kwaliteit de 'star rating' ook heeft gebruikt als een kannibalistisch systeem, met als doel het bewust terugbrengen van het aantal re-integratiebureaus. Maar laten we ons richten op de voordelen die het voor Nederland kan opleveren.
Het opzetten van een 5 sterren systeem zal in Nederland voor een groter inzicht, effectiviteit en efficiency in het re-integratieinstrumentarium zorgen. Dit heeft Noardwest Fryslan reeds in een experiment met het 5-sterrenconcept ondervonden en dit heeft meer inzicht in haar re-integratieinstrumentarium opgeleverd. Ook de bedrijfsvoering van een organisatie als Werkcenter is gestoeld op een ‘star rating’. Gesteld kan worden dat de prikkeling die met dit systeem verbonden zijn flink hebben bijgedragen aan de goede resultaten in doelmatigheid en structurele uitstroom bij Werkcenter!
Het 5 sterren systeem dient verder te worden ontwikkeld. Insteek is dit systeem te kunnen hanteren vanuit de afdelingen Werk van sociale diensten en in eerste instantie de kwaliteit van aanbieders van buitenaf te kunnen beoordelen. De plaatsingsresultaten zullen worden gecorrigeerd naar bruto plaatsingscijfers voor factoren zoals regionale arbeidsmarktsituatie en moeilijkheidsgraad van de doelgroep (A, B of C-klant, fase 1,2,3 of 4)). Indicatoren als beroepsbevolking, werkloosheid, vacatures, opleidingsniveau en type re-integratieinstrument spelen een grote rol bij het toekennen van sterren. De discrepantie tussen de verschillende re-integratievarianten (ook sociale activering en Arbo) maakt de uitdaging des te groter!

Natuurlijk is het systeem van sterren navenant de doelstellingen die gemeenten, re-integratiebedrijven in hun contracten opstellen. Een voorbeeld: In Australië draait provider Greencorps veel jongerenprojecten, dit naar volledige tevredenheid van de regering. Een jongerenproject betreft o.a. het aanleggen van een nieuw nationaal park met goed gemotiveerde jongeren (dat kunnen dus ook afgestudeerde jongeren zijn). Deze projecten werden een groot succes en leverde Greencorps 5 sterren op! Nu is het in Australië stoer om te schoffelen in een park. Het wordt gezien als eervol werk en heeft het imago van ‘Crocodile Dundee’! In Nederland zou hetzelfde werk worden geassocieerd met WSW. Opvallend is verder dat ze ervoor kiezen dit project te doen met goed gemotiveerde jongeren (de jongeren moeten zelfs solliciteren op een advertentie), terwijl wij zo’n project juist zouden gaan starten met ongemotiveerde jongeren. Enfin, het maakt nog al wat uit voor je 5 sterren of je met route A, B of fase 1, 2, 3 of 4-klanten werkt. Belangrijk is dus met het 5-sterren systeem rekening te houden met de zwaardere groepen een dan ook een ander regime toe te passen (met alle valkuilen vandien)! Greencorps kon zijn sterren vergaren puur op het voorkomen van uitval (minder dan 20% uitval; doorstroom naar reguliere arbeid of school is natuurlijk geen uitval) en het succesvol afronden van het project binnen 6 maanden (het nationale park moet binnen dat tijdbestek klaar zijn!).
Het is uitermate belangrijk je bedrijfsvoering en ICT zodanig af te stemmen zodat je weet welke instrumenten voor welke doelgroepen wel of niet werken en dat je goede statistieken kunt overleggen. Succes is namelijk makkelijker te verkopen. En wie wil niet met 5 sterren pronken!

* dit artikel is een bewerking van een publicatie in Impuls door drs. P.G.J.C. van Schie: Op naar de 5-sterrenstatus, Impuls, 2e jaargang, nr. 6-7, 2008
|